Nour stelt vriendinnen en klasgenoten gerust

“Mijn moeder denkt dat ik niet snel corona zal krijgen omdat ik opgegroeid ben in Syrië waar de lucht vervuild was door alle bombardementen”, vertelt de 17-jarige Nour Badawi die ruim twee jaar in Nederland woont.

Tijdens de oorlog had de familie Badawi geen geld meer voor eten en moest Nour elke dag oud brood eten. “Wij zijn daardoor hard geworden”, zucht Nour. “Het was echt moeilijk.”

Het Syrische gezin Badawi vlucht in 2014 naar Turkije. Hun huis in Aleppo was, een week na hun vertrek, gebombardeerd en leeggeroofd, en hun achtergebleven buren gedood. In Istanbul moet de elfjarige Nour, met haar broer en zus, in een kledingfabriek werken, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds. Jarenlang naait Nour snel-snel-snel kleding. Ze hoopt het nooit weer te moeten doen.

Telefoontje

Twee jaar later, in 2016, vertrekt haar broer Mohamed, met een oom en neef, vanuit Istanbul naar de kust, omdat hij last heeft van het voortdurende racisme. Met een rubberboot vaart hij naar Griekenland. “Mijn moeder kon nachtenlang niet slapen omdat veel mensen tijdens de overtocht doodgaan”, weet Nour. Mohamed loopt en treint na een geslaagde boottocht naar het noorden van Europa, en vraagt asiel aan in Nederland.

Doktersassistente

In 2018 vliegt het gezin Badawi voor gezinshereniging naar Nederland en krijgt een huis toegewezen in Barneveld. Nour vindt het lastig dat ze geen Nederlands spreekt en geen vrienden heeft. Gelukkig maken buurtgenoten haar wegwijs en kan ze na de zomervakantie naar school. Ze krijgt vrienden, leert Nederlands en maakt plannen om naar het ROC te gaan, want ze wil graag in een ziekenhuis doktersassistent worden. Ze wil echt mensen helpen. Tijdens de oorlog in Syrië zag Nour veel dode en gewonde mensen die ze niet kon bijstaan omdat dat te gevaarlijk was. Door alles wat ze meemaakte, wilde ze zelf soms niet meer leven. Nog steeds droomt ze over wat ze meemaakte en is ze bang om in het donker alleen buiten te zijn.

Online lessen

“Ik mis school, ik mis de docenten en mijn vriendinnen”, zegt Nour die tijdens de coronacrisis online lessen volgt. “Toen ik van de ziekte corona hoorde, was ik niet bang omdat het leven in Syrië gevaarlijker was, maar toen die vreemde, besmettelijke ziekte in veel landen uitbrak, werd ik steeds banger.” Nour hoopt dat de ziekte snel onder controle is, en dat ze weer naar school kan.

Eén groot feest

In 2019 maakt Nour kennis met stichting Gave: ze gaat naar het Gave-festival en neemt deel aan het Gave-kamp. “Het was echt heel, heel, heel leuk”, zegt Nour, die, eenmaal weer thuis, van heimwee moest huilen. Nour schreef zich direct in voor het Gave-kamp van 2020, in Lunteren, en hoopt dat ze nu het kamp niet doorgaat desnoods met een klein groepje kan kamperen zodat ze samen kunnen kletsen, eten, zwemmen en dansen.

Videobellen

Vriendinnen spreekt Nour via WhatsApp, Skype of videobellen, maar ze zou ze liever gewoon ontmoeten. Nour maakt zich zorgen om haar zwangere zus, die achterbleef in Turkije. Zij moet voor zwangerschapscontroles naar het ziekenhuis waar een nichtje besmet raakte met het coronavirus. Ondertussen stelt Nour vriendinnen en klasgenoten gerust. “Ik weet zéker dat het weer goed komt, want met ons is het ook goed gekomen”, zegt ze. “Mensen zijn slim en zullen een vaccin ontwikkelen tegen corona. Dan wordt alles beter.”

Tekst: Henrique Klamer
Foto’s: Jaco Klamer

Artboard facebook google+ instagram linkedin maps pinterest twitter vimeo youtube world
HTML Snippets Powered By : XYZScripts.com